zondag 27 mei 2012

Een gezonde maaltijd?

Soms kom je iets tegen waar je je over verbaast. Vandaag fietste ik langs een gaarkeuken, zo'n bedrijf dat voor zorginstellingen en tafeltje-dekje-afnemers kookt. Niks mis mee, voorziet in een enorme behoefte. Deze keuken is vorig jaar in gebruik genomen en heeft, trots op zichzelf, onder z'n naam een enorme foto van een maaltijd aan de gevel gehangen:


Ik neem aan dat dit een gezonde, voedzame maaltijd moet voorstellen, lekker ook nog. Maar wat zie ik: dobbelsteentjes aardappel met wat peterselie erover, stoofpeertjes en een ernstig gepaneerd 'iets'. Dat er mensen zijn die dit lekker vinden, oké, smaken verschillen (en ik vind stoofpeertjes erg lekker). Maar is dit nou een voedzame maaltijd waar je je als bedrijf mee wilt profileren? Gekookte brokjes aardappel uit de voorverpakkingsindustrie op de Veluwe, stoofpeertjes waar langdurig de vitaminen uitgekookt zijn en veel paneermeel om iets dat ik niet kan thuisbrengen maar wat waarschijnlijk iets geperst vleesachtigs moet zijn?
Op de website van dit bedrijf vind ik een voorbeeld van het menu van de week, meerkeuze. Het komt er op neer dat er 21 voorkeuzemenu's zijn, drie per dag, waarvan er 18 met aardappelproducten (gebakken, gekookt, gestampt, gepureerd). Verder hebben we macaroni bolognese (opgewarmde pasta, moet er niet aan denken), chili con carne (zonder nadere aanduiding) en nasi goreng met kroepoek en saté in saus en met saus (heb ik een plaatje van gevonden, staat hiernaast). Vegetarisch doen we niet aan.

Ik ben niet enthousiast ...

dinsdag 22 mei 2012

Muntjes in de knip

Één van de hoogtepunten na thuiskomst uit het buitenland is voor mij altijd het bekijken van de inhoud van de knip. Vooral de muntjes zijn dan interessant. Wat voor vreemde dingen zitten er nu weer tussen? Vandaag heb ik ook weer de knip op de kop gehouden. De oogst: 14 Duitse muntjes (niet gek, we waren in Duitsland), 2 Luxemburgse muntjes (ook niet gek, we waren niet zover van Luxemburg), een Spaanse munt (kan gebeuren) en tot slot een heel erg vreemde munt die ik in jaren niet meer gezien had: een Nederlandse cent! Wie ziet er tegenwoordig nog centen met de beeltenis van Beatrix? Dat kan bijna alleen maar als je in het buitenland bent geweest. Die Nederlandse cent is dus het bewijs van mijn uitlandigheid!

vrijdag 18 mei 2012

Aula Palatina - Basilica van Constantijn

In Trier staat de Aula Palatina, in gewoon Nederlands de Basilica van Constantijn. Het gebouw staat er zo'n 1700 jaar, heeft verschillende functies gehad, is in 1944 vernield en weeropgebouwd, gerestaureerd zeggen anderen. Het is nu weer in gebruik als lutherse kerk. Ik heb het gebouw de laatste veertig jaar zeker tien keer gezien, maar elke keer weer keer ik het de rug toe met een gevoel van hm, jaren '50 bouw en nog niet eens best ook. Ben ik nou de enige die dat gevoel heeft?

Van buiten:






Van binnen:


De Zuil van Igel - Igeler Säule


De Zuil van Igel: mooi ding waar ik nog nooit van gehoord had

In het dorpje Igel aan de Moezel, een kilometer of 5 stroomopwaarts van Trier (of, het is maar hoe je het bekijkt, een kilometer of 5 stroomafwaart van Wasserbillig), staat een zuil. Een 23 meter hoog ding, zo'n 1800 jaar oud. Vandaag heb ik die Zuil voor het eerst gezien.




De Zuil is volgens een op de zuil geplaatst bordje Werelderfgoed. Op de lijsten van UNESCO kom de Zuil niet afzonderlijk tegen, maar waarschijnlijk is dat omdat de Zuil gemakshalve is opgenomen in het complex van Romeinse restanten in en om Trier dat in zijn totaliteit op de UNESCO-lijst staat. Gelukkig is er wel een Duitse Welterbe-site specifiek voor Trier gemaakt waar de Zuil wel apart is opgenomen. Daarnaast is er natuurlijk een bordje bij de Zuil aan een muur gespijkerd (recht fotograferen is geen forte van mij, ik geef het toe):



De Zuil is een grafmonument, opgericht door de broers Secundinius Aventinus en Sedundinius Securus. Voor een beschrijving jat ik even iets van wikipedia: “de reliëfs op de vier zijden zijn uitgevoerd in een provinciale stijl, waren oorspronkelijk kleurrijk beschilderd, en stellen overwegend taferelen uit de antieke mythologie voor: Achilles (O), Perseus en Andromeda (W), daden en apotheose van Hercules (N). Ook worden taferelen uitgebeeld uit het dagelijks leven van de opdrachtgevers, die vermogende textielhandelaars waren in het nabijgelegen Augusta Treverorum.  Het grafmonument wordt bekroond door de adelaar van Jupiter die Ganymedes naar de Olympus voert."
Deze foto is van de westkant, onderste deel. Het zal een tafereel uit het dagelijks leven zijn denk ik:


Als je in de buurt bent, ga kijken! Ben je met de auto, parkeren kan lastig zijn maar vlakbij is het bustationnetje waar een paar parkeerplaatsen zijn. Je vindt de Zuil aan de noordkant van de drukke weg tussen Trier en de benzinepompboulevard van Wasserbillig.

maandag 14 mei 2012

Vogelsang, waar ook vogels zingen

Vakantie in de Eifel. Wat doe je dan? Wandelen, eten, drinken, dat doort dingen. Maar ook naar Vogelsang, in het noorden van de Eifel, niet zo ver van het bij veel mensen bekende Monschau. In 1934 is begonnen met de bouw van dit nationaal-socialistische opleidingscentrum. Architect Clemens Klotz (ook architect van Prora op Rügen) bouwde in opdracht van het Deutsche Arbeitsfront deze Ordensburg, één van de drie die gebouwd zijn. Na de oorlog werd Vogelsang en omgeving een oefenterrein voor eerst het Britse, later het Belgische leger. Het nabijgelegen dorp Wollseifen werd ook onderdeel van dit oefenterrein, het moest door de bewoners daarom in een week tijd volledig ontruimd worden (en het is nog steeds ontruimd, tot en met het kerkhof aan toe ...).
Afgelopen zaterdag 12 mei ben ik dus gaan kijken. Het blijkt dan dat heel veel anderen dat idee ook hebben, de parkeerplaatsen stonden vol met auto's met kentekens uit heel Europa, daarnaast opvallend veel bussen uit het Verenigd Koninkrijk. In eerste instantie komt het terrein me bekend voor, hoewel ik er nooit eerder ben geweest. Waarom het me bekend voorkomt is duidelijk: de entree en de eerste gebouwen die ik zie lijken gewoon heel erg veel op een kazerne. Niet gek natuurlijk, het is ook meer dan 50 jaar een kazerne geweest.
Deze foto is van het poortgebouw, de twee vleugels zijn niet goed zichtbaar.


Als je na de poort via de parkeerplaats verder loopt zie je een aantal gebouwen die als onderdak voor voertuigen hebben gediend, typisch jaren '50-'60 kazernegebouwen.  Daarna kom je lang het informatiecentrum, met horecagelegenheid. Dit pand is door de Belgen in de jaren '50 gebouwd, als bioscoop.


De aanduiding "Cinema" zit er nog steeds op. In al zijn lelijkheid toch eigenlijk wel een mooi gebouw.


Uiteindelijk kom je dan langs nog een door de Belgen gebouwd kazernegebouw bij de eigenlijk Ordungsburg. Het complex ligt prachtig op een bergwand, met een geweldig uitzicht over de Urftstausee. Het is indrukwekkend, in een aparte bouwstijl, en mooi ingepakt in het prachtige Eifellandschap. 

Jammer is dan dat je eigenlijk nergens een gebouw in kunt, dat is alleen mogelijk als je meegaat met een rondleiding of gaat zwemmen in het zwembad.
 
Zelfstandig rondwandelen is overigens geen probleem, je zult alleen zelf je informatievoorziening moeten regelen. Gelukkig kan dat met folders en boekjes die in het informatiecentrum verkrijgbaar zijn. Je kunt natuurlijk voordat je arriveert ook even op de website kijken ...

Maar wat vind ik er nou zelf van? Eigenlijk niet genoeg gezien, dat als eerste. Niet genoeg tijd, her en der paden afgesloten wegens werkzaamheden. Verder lijkt het complex zoals ik al eerder schreef op een kazerne. De architectuur is boeiend, niet het normale betonwerk maar ingepast in het landschap met materialen die elders in de Eifel ook voor bouw gebruikt werden en worden. Ja, het boeide me, maar een historische sensatie had ik er niet bij, althans geen gevoel dat ik in een beladen oord rondliep.




zondag 29 april 2012

Biografische ergernissen


Vandaag ben ik begonnen in “Riemen om de kin!”, het proefschrift van journalist Jeroen Corduwener waarop hij in 2011 is gepromoveerd. Het proefschrift is een biografie van Gerrit Jan van Heuven Goedhart, journalist, verzetsman, minister, Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, Nobelprijswinnaar.

 Van Heuven Goedhart. De foto heb ik geleend van de UNHCR.

Vlot geschreven, zoals je van een journalist mag verwachten. Maar: al in het eerste hoofdstuk heb ik een probleem. Corduwener beschrijft in lange halen de herkomst van de familie Goedhart. Corduwener begint die herkomst op pagina 15 als volgt:

Terug naar het begin.
Naar Winssen, een boerengehucht aan de oevers van de Waal, onder de rook van Nijmegen, op de grens van de zeventiende en achttiende eeuw. Een tiental haardsteden, een molen en een kerk, een hard boerenleven op slecht ontwaterde kleigrond – wie rond 1700 in Winssen woonde, leed bittere armoede onder schrijnende hygiënische omstandigheden, zonder uitzicht op enige verbetering van de levensstandaard.
De Goedharts vormden in deze agrarische gemeenschap een uitzondering, want zij leefden niet van veeteelt of de schamele oogst van uitgeputte akkers. Ze behoorden tot de middenklasse en ze hadden familievertakkingen in het gehele Rijk van Nijmegen en het naburige Land van Maas en Waal10. In de kleine agrarische gemeenschap van Winssen waren ze zelfs de notabelen van het dorp als herbergier, commies, deurwaarder, secretaris-ontvanger of boekhouder. Maar door het gebrek aan toekomst in deze lege en vooral arme streek verruilden ze het boerengehucht voor de grote stad.

Noot 10: www.genlias.nl , geslacht Anthonij Hermen Reinier Everhard Goedhart

Deze tekst is dus niet geannoteerd, anders dan met een verwijzing naar Genlias (opmerking 11-07-2013: Genlias is inmiddels uit de lucht en vervangen door wiewaswie). Als je in Genlias zoekt op A.H.R.E. Goedhart vind je zegge en schrijve twee akten: een huwelijksakte uit 1836 en een overlijdensakte uit 1876. En uiteraard dan niet eens de akten zelf maar slechts uittreksels van die akten. Nergens uit die twee akten blijkt herkomst uit Winssen of familievertakkingen in het gehele Rijk van Nijmegen en in het Land van Maas en Waal, noch de armoedige en onhygiënische omstandigheden die er klaarblijkelijk rond 1700 heersten. Ook blijkt niet het notabele van de familie Goedhart rond die tijd. Waar Corduwener de wetenschap vandaan had dat het leven slechts was in Winssen is mij niet duidelijk. Waarschijnlijk is zelfs dat het leven vergeleken met de stad relatief goed was. Schoon water moet beschikbaar zijn geweest, voedsel ook. De mededeling van Corduwener dat de familie Goedhart niet leefde van veeteelt of de schamele oogst van uitgeputte akkers begrijp ik niet. Het zal zo zijn dat de familie niet zelf verbouwde of vee teelde, maar als notabele levend in een dergelijk dorp leef je wel degelijk mee op de opbrengsten van de landbouwers en veetelers in het dorp. Ook denk ik dat een herbergier (je bent klaarblijkelijk al snel notabele) op het platteland wel degelijk zelf ook iets deed aan landbouw en/of veeteelt. Die uitgeputte akkers: mest was beschikbaar blijkens de veeteelt, dus de uitputting van die akkers zal meegevallen hebben. Het komt mij voor dat Corduwener een beeld heeft van het platteland als per definitie armoedig en onhygiënisch. Natuurlijk zal de stad best geneugten hebben gehad waar het platteland niet aan kon tippen, maar grote delen van de bevolking zullen in de stad (de familie Goedhart trok naar Arnhem) minder voedsel en minder schoon water hebben gehad dan de dorpsbewoners van Winssen …

Nog iets: aangezien Van Heuven Goedhart volgens Corduwener 32 jaar na zijn geboorte zijn moedersnaam Van Heuven zelf heeft toegevoegd aan Goedhart lijkt het mij dat voor Van Heuven Goedhart zijn moeder een zeker belang had, volgens Corduwener voegde hij de naam van zijn moeder aan zijn naam toe uit respect voor zijn moeder. Waarom lees ik dan niks over de herkomst van de familie Van Heuven?

Kortom, ik ben het eerste hoofdstuk nog niet door of ik erger me al mateloos. Maar ik ga door: de persoon Gerrit Jan van Heuven Goedhart boeit mij zeker en ik ga er maar van uit dat het proefschrift wel wat ‘wetenschappelijker’ wordt dan hoofdstuk 1 tot nu toe.  Ik moet ook toegeven dat het wel lekker vlot leest ...

Het proefschrift is te vinden op http://irs.ub.rug.nl/ppn/33203352X (er is ook een handelseditie: ISBN 9789035135048)

zondag 4 maart 2012

Onmisbare waterstaatswerken


Je ziet ze soms weleens, maar meestal niet. Ze komen voor in verschillende vormen: grote gevelstenen, kleine koperen boutjes, koperen plaatjes vergezeld door koperen bouten en zo nog een aantal verschijningsvormen. Allemaal hoogteaanduidingen, meestal gerelateerd aan het Normaal Amsterdams Peil, maar soms ook aan andere peilen als bijvoorbeeld het Winschoter Peil.Ze zijn onmisbaar voor bouwend Nederland en onmisbaar voor de waterbeheerders.

Ik fotografeer ze. Een hele klus, er zijn er nog tienduizenden actueel en in onderhoud bij Rijkswaterstaat, maar waarschijnlijk nog veel meer niet meer actueel en dus ook niet meer in onderhoud. Het aardige van die punten is dat ze vaak vastzitten aan monumentale panden die ik dan ook meteen kan bekijken.Merkwaardig overigens dat deze peilmerken voor zover ik weet geen afzonderlijke bescherming hebben anders dan dat Rijkswaterstaat de actuele merken regelmatig controleert en ijkt.

Een paar voorbeelden:

In het Eerste Verlaat in Nieuwe Pekela zit een steen die de hoogte aangeeft ten opzichte van Amsterdams Peil en van Winschoter Peil. Ernaast een moderne peilschaal van het waterschap Hunze en Aa's.

Het Eerste Verlaat is geen monument, maar het waterschap vind het wel degelijk van cultuurhistorische waarde.


De Unionbrug in Oude Pekela heeft een moderne bout met de letters NAP erin. Standaard, niet mooi.


De brug is een rijksmonument.

De Bonifatiuskerk in Vries heeft een mooie “brievenbus", met bijbehorend twee koperen boutjes. 
 Ook die kerk is uiteraard een rijksmonument.

En mooi is ook de gevelsteen in het kerkje van Spijk.

Hoogte in ellen en duimen, Winschoter Peil en Amsterdams Peil. De kerk zelf is rijksmonument.

Natuurlijk heeft ook de Ridderzaal in Den Haag een peilmerk.

Ik heb me daar in eerste instantie over verbaasd, geen letters erin komt voor, net zoals de aanduiding NAP. Maar deze heeft de aanduiding CD. Die aanduiding zie je in die regio ook vaak op auto's staan, maar ik had toch het idee dat ik een dergelijke bout niet kon verbinden met het Corps Diplomatique. Klopt, na even nadenken kon ik me herinneren dat de Cultuurtechnische Dienst zich ook bezig had gehouden met dit soort zaken en dus klaarblijkelijk bouten onder eigen naam had geplaatst. Oh ja, de Ridderzaal is ook rijksmonument.

Zoals gezegd, Rijkswaterstaat beheert de actuele NAPpen. Rijkswaterstaat is niet geneigd vrij te geven waar de NAPpen zich bevinden, alleen wanneer je professioneel gebruik wilt maken kun je toegang krijgen tot de database. Volgens Rijkswaterstaat heeft dat te maken met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van eigenaren c.q. bewoners van panden waar die NAPpen in zitten. Flauwekul als je het mij vraagt. In ieder geval: ik heb een overzicht van de actuele punten in de provincie Groningen gekregen. Met de topografische kaart in de hand kun je ze dan vinden. Voor de liefhebber: hier is kaart 13A en hier de bijbehorende NAP-lijst. Leg mij eens uit waar nou die persoonlijke levenssfeer zit ...