Posts tonen met het label Rijkswaterstaat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rijkswaterstaat. Alle posts tonen

vrijdag 29 maart 2013

De Olle Witte als hoogtemerk


Aan de Torenstraat in Winschoten staat een toren. Die toren is daar ongeveer in de 13e eeuw neergezet, in de 20e eeuw is er een lantaren opgezet. In de volksmond wordt het geval de Olle Witte genoemd, alleen is het witte deel de lantaren en dus niet zo old. In Stad staat trouwens de Olle Grieze, iets hoger en zo'n twee eeuwen jonger. De Olle Witte is de losstaande kerktoren bij de 23 meter verderop staande Marktpleinkerk.

uit de beeldbank van de RCE
Deze foto is van 2007, de toren is dan al een jaar of 70 gepimpt met een nieuwe lantaren. Daarvoor zag de toren er iets anders uit.

via Wikimedia ook uit de beeldbank van de RCE


Ietwat bescheidener en duidelijk geen Olle Witte, maar wel een olle. Ik vind zelf de gepimpte versie wat minder, maar dat zal niet iedere Sodommer met me eens zijn. Wat mij is opgevallen: er zitten hoogtemerken in.  Rijkswaterstaat heeft verkenmerken in de toren gezet, drie stuks maar liefst. Het oudste is een 19e eeuws hoofdmerk. Zo'n hoofdmerk werd door Rijkswaterstaat in 1893 beschreven als: "Het hoofdmerk bestaat uit een bronzen bout, beschermd door eene daarvoor geplaatste bronzen plaat. De bout, vierkant van doorsnede 20 x 20 m.M. en 90 of 150 m.M. lang, is tot op eene diepte van ongeveer 50 m.M. uitgeboord (de meesten flauw conisch), terwijl de middellijn van het dus gevormde boutgat 5,5 m.M. bedraagt.
De plaat is rechthoekig, 200 m.M. lang bij 120 m.M. hoog; op het voorvlak voorzien van een groef lang 130 m.M., breed 5 m.M., in het midden met een ronde opening van 13 m.M middellijn".

Hoofdmerk in de Olle Witte, met 406 mm daaronder en 398 mm daarboven nog twee pijpbouten

De beschermplaat wat dichter bij

Beschrijving van de vindplaats van het hoofdmerk in de Olle Witte
 
Zo'n verkenmerk is bestemd voor het doen van hoogtemetingen, de hoogte ten opzichte van het N.A.P., het Normaal Amsterdams Peil. Volgens een meting van 1893 blijkt het hoofdmerk een hoogte van 5, 398 meter ten opzichte van het N.A.P. te hebben. Het merk zat ongeveer 2,30 boven het trottoir. Die meting van 1893 was niet zo nauwkeurig klaarblijkelijk, want zo te zien zit datzelfde merk in 1934 op 5,358 meter boven N.A.P. en in 1955 op 5,357 meter boven N.A.P.

Hoogte in 1934 en 1955

Rijkswaterstaat heeft op een bepaald moment een nieuw merk geplaatst. Gewoon een koperen bout, zonder afdekplaat en zonder begeleidende pijpbouten. Wanneer die bout geplaatst is weet ik (nog) niet, maar hij zit er, in dezelfde gevel van de toren maar aan de andere kant en een stuk hoger. Wanneer ik wat tijd heb en er plaats voor mij is op de studiezaal van het Nationaal Archief zal ik uitzoeken hoe hoog deze nieuwere bout zit.

Daar zit hij, de nieuwere bout

Nog weer later is er weer een nieuwe bout geplaatst, veel lager dan beide voorgangers. Deze nieuwste bout zit helemaal onderaan de toren, tegen het trottoir aan en verstopt achter een bankje.

De nieuwste bout, verstopt en wel
Van Rijkswaterstaat heb ik na wat steggelen (de WOB-inzichten van Rijkswaterstaat waren wat merkwaardig) de volgende informatie over dit nieuwste merk gekregen (inmiddels stelt RWS de actuele merken in open data beschikbaar) :

013A0086 265,52 574,14 W3,268 2008
TOREN HK TORENSTRAAT

Wat er staat is: kaartblad 13A (nummering van de topografische dienst), coördinaten 265,52 - 574,14 op een hoogte van 3,268 meter boven N.A.P en voor het laatst nagemeten in 2008 (in 2018 worden Groningen en Fryslân gecontroleerd). Het merk zit in de toren van de Hervormde Kerk aan de Torenstraat.


Dergelijke merken, in soorten en maten, zitten her en der in heel Nederland. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het onderhoud. Op de website van RWS is verdere informatie over het NAP te vinden.

De archiefstukken heb ik gevonden in het Nationaal Archief, Den Haag, Meetkundige Dienst en Voorgangers: Afdeling NAP, nummer toegang 2.16.73 (en het inventarisnummer ben ik als goed archivaris  even kwijt). Vergeet overigens niet ook naar de NAP-kaarten van de Meetkundige Dienst te kijken.