Posts tonen met het label Zuidlaarderveen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zuidlaarderveen. Alle posts tonen

zaterdag 18 mei 2013

Aflopend noaberschap?

Via een tweet van @joostvankoutrik
kwam ik op het blog "Stad en Heerlijkheid Borculo" over noaberschap. Dat blog herinnerde mij aan een regeling die de inwoners van Zuidlaarderveen in 1866 hebben vastgesteld. De inwoners van Zuidlaarderveen, of in ieder geval een deel van hen, vonden het klaarblijkelijk noodzakelijk noaberplichten vast te leggen omdat die noaberplichten niet door iedereen vanzelfsprekend werden geacht.

Begravenis van koning-stadhouder Willem III, weinig noaberplichten denk ik


De gezamenlijke inwoners van het gehucht Zuidlaarderveen, overwegende, dat het noodzakelijk werd in de bestaande gebruiken bij 't overlijden of begraven van iemand alhier eene wijziging te brengen, hebben in hunne vergadering van den 13 januari 1866 met algemeene stemmen het volgende besloten:

Art. 1
De inwoners zijn verpligt, daar waar zich in dit buurtschap een sterfgeval voordoet, de hulpzame hand te bieden, in dier voege als nader in dit reglement omschreven wordt.

Art. 2
Bij 't overlijden van iemand van het mannelijk geslacht moeten de drie naaste buren aan weerskanten van den overledene ieder een weerbaar man leveren, die zich belasten met het ontkleeden en 't geen er zich meer van dien aard al voordoen.

Art. 3
Bij 't overlijden van iemand van het vrouwelijk geslacht leveren de drie naaste buren aan weerskanten van den overledene ieder een weerbare vrouw om zich met dit werk te belasten.

Art. 4
De drie naaste buren aan weerskanten van den overledene moeten zich insgelijks belasten met het verluiden, aangeven bij den ambtenaar van den burgerlijken stand, het halen der lijkkist enz. enz.

Art. 5
Wanneer de doode in de lijkkist zal worden gelegd, verschijnen in het sterfhuis van ieder der drie naaste buren een weerbaren man- en vrouwspersoon en nog daarenboven van de vier volgende buren aan weerskanten een weerbaar man, teneinde onderling te beraadslagen wat ieder op den dag der begraving of nog voor dien tijd zal moeten verrigten.

Art. 6
Met het begraven en de werkzaamheden daaraan verbonden zijn belast de veertien buren, in het voorgaand artikel vermeld.

Art. 7
Met het toezigt op 't begraven is belast de wijkmeester of een van zijne beide plaatsvervangers.
Art. 8
De wijkmeester en zijne beide plaatsvervangers worden met meerderheid van stemmen door de ingezetenen uit hun midden verkozen voor één jaar, na volgorde als dat vroeger alhier gebruikelijk was.

Art. 9
De wijkmeester bewaart de gelden en andere gemeenschappelijke eigendommen. Hij roept, wanneer dit nodig is, de ingezetenen tezamen en geeft drie dagen tevoren hiervan aan de ingezetenen behoorlijk kennis.

Art. 10
Het hoofd van elk huisgezin, benevens de vrijgezellen of kostgangers beneden den zestigjarigen ouderdom hebben bij het beraadslagen één geldige stem.

Art. 11
De vrijgezellen of kostgangers moeten insgelijks de pligten, die in hun buurschap voorvallen, waarnemen. Zoo zij hieraan niet voldoen, betalen zij voor elk jaar zestig cent vrijgezelsgeld.

Art. 12
Vrijgezellen of kostgangers boven zestigjarigen ouderdom zijn van de pligten en 't vrijgezelsgeld vrijgesteld.

Art. 13
Het verpligt volgen bij eene begrafenis, zooals dit vroeger alhier gebruikelijk was, is, met uitzondering der buren, afgeschaft.

Art. 14
In geen geval is men van zijn naberpligten vrijgesteld. Heeft men op het ogenblik geen weerbaar volk bij de hand, dan zorgt degene die zoodanige buren met het overlijden van iemand bekend maakt, voor 't verkrijgen van iemand, op kosten van hem die zijn pligt niet wil of kan vervullen.

Art. 15
Iemand een zieke in huis hebbende en zich met waken of anders van dien aard niet kunnende redden, wordt bij beurten door zijn naaste buren bijgestaan.

Art. 16
Dit reglement blijft zoolang in werking totdat tweederde gedeelte der leden eene verandering wenschelijk acht.

Art. 17
Deze wet treedt in werking den 13 januari 1866 en is alsdan het vorige reglement van geen kracht meer.

Art. 18
De dag van begravenis wordt door de buren zoo spoedig mogelijk aan den wijkmeester bekend gemaakt.

Art. 19
Diegene die de vergadering, door den wijkmeester belegd, niet bijwoont, betaalt vijfentwintig cent boete, die door den wijkmeester zal worden ingevorderd ten voordele van de kas.

Art. 20
Zij die beneden zestienjarigen ouderdom zijn, worden tot de vergadering niet toegelaten en is men in allen gevallen verpligt iemand boven dien leeftijd tot de vergadering te zenden, anders is de boete van 't vorige artikel toepasselijk. Art. 21 Diegenen die de briefjes, welke dit buurtschap door den wijkmeester worden rondgezonden, niet rigtig bezorgt betaalt één gulden boete, invorderbaar bij de eerstkomende bijeenkomst.

De regeling is later met een aantal boetebepalingen aangevuld, waarschijnlijk waren er steeds meer inwoners van Zuidlaarderveen die zich onttrokken aan wat hun buren vonden dat hun plichten waren. Voor wie die aanvullingen ook nog wil lezen: bovenstaande regeling met aanvullingen is opgenomen in "Drentse willekeuren -  een nalezing", samengesteld door J. Heringa en in 1985 uitgegeven door De Walburg Pers. Het boekje bevat uitgebreide registers op alle uitgegeven Drentse willekeuren (het heeft me destijds veel tijd gekost om die nog zonder tekstverwerker netjes op papier te krijgen).

Natuurlijk zijn elders en eerder ook wel noaberplichten vastgelegd, ik herinner me twee jaar geleden bijvoorbeeld dit gelezen te hebben, maar de Zuidlaarderveense regeling had ik nu even bij de hand.

Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat we dat weer terugmoeten naar de noaberplicht (op zich trouwens niets mis mee om enige zorg aan je familie en buren te besteden), op amateuristische wijze weer voor elkaar moeten gaan zorgen en elkaar boetes moeten geven als we niet voor elkaar zorgen. Je zult maar tot wijkmeester verkozen worden ...

Lijkwagendienst in Diever, noaberplicht die over is gegaan in een begrafenisvereniging