donderdag 10 april 2014

Gezocht: rechtvaardige rechters

Nog steeds is een paneel van het polyptiek "Lam Gods" zoek nadat het in 1934 uit de Sint Jans-kerk (Sint Baafskathedraal) te Gent gestolen was.Het missende paneel is een voorstelling met de naam De rechtvaardige rechters.

Jan van Eyck (ca. 1390–1441) [Public domain], via Wikimedia Commons


In de nacht van 11 op 12 april 2014 werd de tachtigste verjaardag van de diefstal van De Rechtvaardige rechters "gevierd".  Tijdens die viering heeft het het Parket van Oost-Vlaanderen samen met de Federale Politie een geweldige uitleg gegeven over de zoektocht die nog steeds gaande is. Het papieren gerechtelijk dossier is tijdens die uitleg prominent aanwezig en veelbesproken, het dossier bestaat ook digitaal, zou opnieuw in een fatsoenlijke kwaliteit gedigitaliseerd moeten worden, er is een werkkopie en nou ja, er is van alles met dat dossier aan de hand. Jammer genoeg zijn de beelden die er van die uitleg waren niet meer terug te vinden (een heel kort stukje vind ik nog terug in het nieuwsitem van De Redactie, zie de link hiervoor over de viering), maar er is in @rchieflink, het periodiek van de vriendenkring van het stadarchief Gent nog wel na te lezen wat er allemaal met dat dossier is en wat er nog meer verteld werd ...

De beelden van deze uitleg die een tijdje op Youtube te zien waren en waar ik in een eerdere versie van dit blog naar verwees zijn jammer genoeg verwijderd.

De boerderij van oom Harm in Klijndijk






Roelfien Boelen uit Onstwedde trouwde op 7 juni 1887 in Emmen met Albert van der Ploeg uit Vlagtwedde. Samen kregen ze twee zoons, Aike en Hendrik. Aike was mijn grootvader, Roelfien en Albert waren mijn overgrootouders. Het was geen lang huwelijk: Albert overleed al op 12 maart 1890, in De Maten bij Ter Apel, toen Drents,  sinds 1976 Gronings. Lang is Roelfien niet weduwe gebleven:op 8 juli 1892 trouwde ze opnieuw, met Folkert Draaijer. Roelfien en Folkert kregen samen vijf kinderen: Grietje, Dina, Derk, Hendrikje en Harm. Halfzussen en halfbroers van mijn opa, maar dat "half" heeft nooit ter zake gedaan. Ze waren gewoon ooms en tantes waar je regelmatig op bezoek ging en die je regelmatig tegenkwam als je bij opa en oma was.

Mijn overgrootouders overleden snel na elkaar in 1940 en 1941, hun jongste zoon, oom Harm, heeft het boerenbedrijf van hen voortgezet. Van oom Harm heb ik in het jaar van zijn overlijden een stapeltje kopieën van familiepapieren gekregen, waaronder de jaarcijfers van het boerenbedrijf van mijn overgrootouders over het boekjaar 1936-1937. Het gaat om een gemengd bedrijf in Klijndijk, tegen de Hondsrug aan tussen Emmen en Odoorn.





Oom Harm heeft ook over zijn eigen bedrijfsvoering papieren aan mij gegeven: de balans van zijn bedrijf per 1 mei 1942.




De inkomsten lijken gestegen, de inflatie ook, met ruim 40%. Stond een kip in 1937 voor 60 cent op de balans, in 1942 was dat een hele gulden. Kostgangers waren er ook minder: oom Harm is zelf geen kostganger meer, maar ook Dina, de zus van oom Harm, komt niet meer voor als kostganger, net zo min als Roelofje Zwiers. De enige kostganger die oom Harm en tante Annechien hadden was de knecht Albert Zwiers (een neef van opa en oom Harm). Overigens zie ik dat mijn opa Aike op 10 oktober 1941 nog een varken van oom Harm heeft gekocht voor de familieprijs van 25 gulden.