woensdag 22 mei 2013

zondag 19 mei 2013

Artists in the Archives: A Collection of Card Catalogs

Wat een mogelijkheden! De Greenburgh Public Library in Elmsford heeft kaartenbakken met kaartjes over. Deze kaartjes vormden ooit de toegang op de collectie van de library en zijn nu overbodig geworden, de toegangen zijn nu digitaal beschikbaar. Wat doe je dan met die niet meer nodige toegangen? Precies, je gaat ze hergebruiken! De library heeft de kaartenbakken-met-inhoud beschikbaar gesteld aan kunstenaars die er iets mee gedaan hebben.

Bijdrage aan "Call to everyone", het idee is van JoAnne Wilcox
Ik zie ineens mogelijkheden voor de depots vol met vernietigbare dossiers, de e-depots vol met rommel.

Voor wie meer wil weten: www.facebook.com/TheAlternet en dit stuk in The New York Times.

zaterdag 18 mei 2013

Aflopend noaberschap?

Via een tweet van @joostvankoutrik
kwam ik op het blog "Stad en Heerlijkheid Borculo" over noaberschap. Dat blog herinnerde mij aan een regeling die de inwoners van Zuidlaarderveen in 1866 hebben vastgesteld. De inwoners van Zuidlaarderveen, of in ieder geval een deel van hen, vonden het klaarblijkelijk noodzakelijk noaberplichten vast te leggen omdat die noaberplichten niet door iedereen vanzelfsprekend werden geacht.

Begravenis van koning-stadhouder Willem III, weinig noaberplichten denk ik


De gezamenlijke inwoners van het gehucht Zuidlaarderveen, overwegende, dat het noodzakelijk werd in de bestaande gebruiken bij 't overlijden of begraven van iemand alhier eene wijziging te brengen, hebben in hunne vergadering van den 13 januari 1866 met algemeene stemmen het volgende besloten:

Art. 1
De inwoners zijn verpligt, daar waar zich in dit buurtschap een sterfgeval voordoet, de hulpzame hand te bieden, in dier voege als nader in dit reglement omschreven wordt.

Art. 2
Bij 't overlijden van iemand van het mannelijk geslacht moeten de drie naaste buren aan weerskanten van den overledene ieder een weerbaar man leveren, die zich belasten met het ontkleeden en 't geen er zich meer van dien aard al voordoen.

Art. 3
Bij 't overlijden van iemand van het vrouwelijk geslacht leveren de drie naaste buren aan weerskanten van den overledene ieder een weerbare vrouw om zich met dit werk te belasten.

Art. 4
De drie naaste buren aan weerskanten van den overledene moeten zich insgelijks belasten met het verluiden, aangeven bij den ambtenaar van den burgerlijken stand, het halen der lijkkist enz. enz.

Art. 5
Wanneer de doode in de lijkkist zal worden gelegd, verschijnen in het sterfhuis van ieder der drie naaste buren een weerbaren man- en vrouwspersoon en nog daarenboven van de vier volgende buren aan weerskanten een weerbaar man, teneinde onderling te beraadslagen wat ieder op den dag der begraving of nog voor dien tijd zal moeten verrigten.

Art. 6
Met het begraven en de werkzaamheden daaraan verbonden zijn belast de veertien buren, in het voorgaand artikel vermeld.

Art. 7
Met het toezigt op 't begraven is belast de wijkmeester of een van zijne beide plaatsvervangers.
Art. 8
De wijkmeester en zijne beide plaatsvervangers worden met meerderheid van stemmen door de ingezetenen uit hun midden verkozen voor één jaar, na volgorde als dat vroeger alhier gebruikelijk was.

Art. 9
De wijkmeester bewaart de gelden en andere gemeenschappelijke eigendommen. Hij roept, wanneer dit nodig is, de ingezetenen tezamen en geeft drie dagen tevoren hiervan aan de ingezetenen behoorlijk kennis.

Art. 10
Het hoofd van elk huisgezin, benevens de vrijgezellen of kostgangers beneden den zestigjarigen ouderdom hebben bij het beraadslagen één geldige stem.

Art. 11
De vrijgezellen of kostgangers moeten insgelijks de pligten, die in hun buurschap voorvallen, waarnemen. Zoo zij hieraan niet voldoen, betalen zij voor elk jaar zestig cent vrijgezelsgeld.

Art. 12
Vrijgezellen of kostgangers boven zestigjarigen ouderdom zijn van de pligten en 't vrijgezelsgeld vrijgesteld.

Art. 13
Het verpligt volgen bij eene begrafenis, zooals dit vroeger alhier gebruikelijk was, is, met uitzondering der buren, afgeschaft.

Art. 14
In geen geval is men van zijn naberpligten vrijgesteld. Heeft men op het ogenblik geen weerbaar volk bij de hand, dan zorgt degene die zoodanige buren met het overlijden van iemand bekend maakt, voor 't verkrijgen van iemand, op kosten van hem die zijn pligt niet wil of kan vervullen.

Art. 15
Iemand een zieke in huis hebbende en zich met waken of anders van dien aard niet kunnende redden, wordt bij beurten door zijn naaste buren bijgestaan.

Art. 16
Dit reglement blijft zoolang in werking totdat tweederde gedeelte der leden eene verandering wenschelijk acht.

Art. 17
Deze wet treedt in werking den 13 januari 1866 en is alsdan het vorige reglement van geen kracht meer.

Art. 18
De dag van begravenis wordt door de buren zoo spoedig mogelijk aan den wijkmeester bekend gemaakt.

Art. 19
Diegene die de vergadering, door den wijkmeester belegd, niet bijwoont, betaalt vijfentwintig cent boete, die door den wijkmeester zal worden ingevorderd ten voordele van de kas.

Art. 20
Zij die beneden zestienjarigen ouderdom zijn, worden tot de vergadering niet toegelaten en is men in allen gevallen verpligt iemand boven dien leeftijd tot de vergadering te zenden, anders is de boete van 't vorige artikel toepasselijk. Art. 21 Diegenen die de briefjes, welke dit buurtschap door den wijkmeester worden rondgezonden, niet rigtig bezorgt betaalt één gulden boete, invorderbaar bij de eerstkomende bijeenkomst.

De regeling is later met een aantal boetebepalingen aangevuld, waarschijnlijk waren er steeds meer inwoners van Zuidlaarderveen die zich onttrokken aan wat hun buren vonden dat hun plichten waren. Voor wie die aanvullingen ook nog wil lezen: bovenstaande regeling met aanvullingen is opgenomen in "Drentse willekeuren -  een nalezing", samengesteld door J. Heringa en in 1985 uitgegeven door De Walburg Pers. Het boekje bevat uitgebreide registers op alle uitgegeven Drentse willekeuren (het heeft me destijds veel tijd gekost om die nog zonder tekstverwerker netjes op papier te krijgen).

Natuurlijk zijn elders en eerder ook wel noaberplichten vastgelegd, ik herinner me twee jaar geleden bijvoorbeeld dit gelezen te hebben, maar de Zuidlaarderveense regeling had ik nu even bij de hand.

Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat we dat weer terugmoeten naar de noaberplicht (op zich trouwens niets mis mee om enige zorg aan je familie en buren te besteden), op amateuristische wijze weer voor elkaar moeten gaan zorgen en elkaar boetes moeten geven als we niet voor elkaar zorgen. Je zult maar tot wijkmeester verkozen worden ...

Lijkwagendienst in Diever, noaberplicht die over is gegaan in een begrafenisvereniging

vrijdag 10 mei 2013

Verdragen en archieven, archieven en verdragen

Ahdname of Akte van Capitulatie, 1612

Als je een overeenkomst aangaat moet je altijd iets regelen voor de stukken die uit die overeenkomst voortkomen. Nederland is de laatste  bijna twee eeuwen wat verdragen aangegaan, ik heb daarom via overheid.nl in verdragen gezocht op het woord 'archief'. Verschillende dingen kom je dan tegen (en ik ben bepaald niet uitputtend):


Aanvullend Protocol bij de Herziene Rijnvaartakte ondertekend te Mannheim op 17 oktober 1868, Straatsburg, 25-10-1972:
  • Artikel VI
    • Dit Aanvullend Protocol, opgesteld in een enkel exemplaar in de Duitse, de Franse en de Nederlandse taal, wordt bewaard in het archief  van de Centrale Commissie; in geval van verschil is de Franse tekst doorslaggevend.
    • Een door de Secretaris-Generaal voor eensluidend gewaarmerkt afschrift wordt toegezonden aan iedere Verdragsluitende Staat.
We hebben sinds in ieder geval 1868 een Centrale Commissie voor de Rijnvaart, ingesteld bij de Herziene Rijnvaartakte die is gesloten te Mannheim op 17 oktober 1868. In die Rijnvaartakte wordt verder niet gesproken over het archief van de Centrale Commissie, er lijkt ook geen regeling voor te zijn. Nou vraag ik me af of ik als belanghebbende recht- en bewijszoekende en historisch geïnteresseerde burger / ingezeten van één van de verdragspartijen rechtstreeks bij de Centrale Commissie inzage in dat archief dan wel via WOB of iets anders informatie kan krijgen. Wordt er eigenlijk uit dit archief vernietigd, zijn de verdragspartijen daar dan mee akkoord?


Overeenkomst betreffende de wederzijdse geheimhouding van uitvindingen die voor de verdediging van belang zijn en waarvoor octrooiaanvragen zijn ingediend, Parijs, 21-09-1960

  • Artikel VII
  • GEDAAN te Parijs de 21ste september 1960, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in één exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, die hiervan een gewaarmerkt afschrift aan de andere ondertekenende regeringen zal doen toekomen.

      • 1)
        [Red: In de Franse tekst ontbreken de woorden „en collectief”.]
      • 2)
        [Red: In de Engelse tekst ontbreken de woorden „en elkander hulp te verlenen”.]
Hier hebben we geen organisatie opgericht, het gaat om een verdrag tussen een aantal lidstaten van de NAVO. Eigenlijk alle lidstaten behalve IJsland, dat deed niet mee. De Verenigde Staten bewaren dit verdrag als depositaris, een korte zoekactie in het NARA levert dit verdrag niet op (maar misschien zou een iets gedegener zoeken wel dit verdrag opleveren)

Protocol inzake de voorrechten en immuniteiten van de Europese Organisatie voor astronomisch onderzoek op het zuidelijk halfrond, Parijs, 12-07-1974

Artikel 3

Het archief van de Organisatie en in het algemeen alle documenten die haar toebehoren of die zij onder zich heeft zijn onschendbaar, waar zij zich ook bevinden.

Het archief is dus onschendbaar, maar wat wordt daar precies mee bedoeld? En waar kan ik dat archief inzien, of kan dat niet omdat het onschendbaar is? En wat is er verder voor geregeld, wordt er uit vernietigd, zijn de lidstaten daar dan mee akkoord?

Notawisseling bevattende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk [...] Noorwegen bij Europol te 's-Gravenhage gedetacheerd worden, 's-Gravenhage, 24-01-2002

1. Begripsomschrijvingen
e.  ``archief  van de verbindingsofficier", alle dossiers, correspondentie, documenten, manuscripten, computer- en mediagegevens, foto's, films, video- en geluidsopnamen die toebehoren aan of in het bezit zijn van de verbindingsofficier, alsmede enig ander soortgelijk materiaal dat naar het unanieme oordeel van de zendstaat en de Regering deel uitmaakt van het archief  van de verbindingsofficier.

Dus: alles is archief als we vinden dat het archief is. Het zal Noors archief zijn.


Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen, 's-Gravenhage, 18-10-1907


GEDAAN te ’s-Gravenhage op 18 oktober 1907, in een enkel exemplaar dat nedergelegd zal blijven in het archief van de Regering van Nederland en waarvan voor eensluidend gewaarmerkte afschriften langs diplomatieke weg aan de verdragsluitende mogendheden worden overhandigd.

Een dergelijke constructie was er ook voor het eerder genoemde octrooiverdrag tussen de NATO-lidstaten, alleen hier is Nederland het depot. Wat ik me nou afvraag: valt dit verdrag dan onder de Nederlandse Archiefwet, moet het verdrag worden overgebracht? Ik denk het eigenlijk niet, Nederland bewaart het verdrag namens alle partijen, het verdrag is van alle partijen en het is dan wat merkwaardig om het dan onder de Nederlandse Archiefwet te laten vallen. Dat zou dan inhouden dat wanneer Nederland depositaris is van een verdrag (en Nederland is dat voor zo'n honderd verdragen) en in dat verdrag is verder niets anders bepaald Nederland het originele verdrag bijvoorbeeld zou kunnen vervangen door een reproductie of, in het uiterste geval, zou kunnen vernietigen. Lijkt me toch niet de bedoeling. Maar ik zie ondertussen wel dat het Nationaal Archief heel veel ratificaties van dit verdrag in huis heeft. Nou kan het gaan om de ratificaties die Nederland als verdragspartij ter kennisneming heeft gekregen van mede-verdragspartijen, maar het zou ook kunnen gaan om ratificaties die Nederland heeft gekregen als depositaris. De inventaris is daar niet duidelijke over. Dan vraag ik me dus af of die ratificaties wel terecht onder Archiefwet-regime in het Nationaal Archief zijn beland (er staat tenminste voor zover ik dat kon zien niet op Gahetna vermeld dat deze stukken níet onder de Archiefwet vallen). 

vrijdag 3 mei 2013

De Boog van Ziel

In 1725 werd een nieuwe uitwateringssluis bij Termunten aangelegd. Het Termunterzijldiep kon door die sluis afwateren op de Eems. De sluis is er nog steeds, functioneert ook nog steeds. De sluis is echter alleen maar te gebruiken bij laag water, het gaat om natuurlijke afstroming. In 1931 is daarom het gemaal Cremer in gebruik genomen, inmiddels óók rijksmonument. De sluis gaat het me nu even om, het gemaal komt een andere keer, dat is ook de moeite waard.
De sluis is in principe natuurlijk een simpel ding: wat deuren die open en dicht kunnen, geplaatst in een watergang. In Termunterzijl is dat niet anders:



De Eemszijde van de sluis

Wat de sluis echter bijzonder maakt is de zandstenen boog die er bovenop geplaatst is.


In die boog zijn wapens en namen opgenomen van de Overste Schepper, de Scheppers en de Zijlvesten van het Termunterzijlvest. Van links naar rechts:


Samuel Veltman
Secretarius Ontfanger
en Fiscael
VanT Zylvest des
Termunter Zyls
 ANNO
ÆRÆ : CHRISTIANÆ
CIƆIƆCCXXV
COSS:
Cornelio Schay
Harmanno Wolthers
 Ian Berents
Zylvest van Woldendorp
 Frerick Reints
Zylvest van Oudt en Nieuwscheemda
Bonne Dercks
Zylvest van Noortbroeck Cummannexis

Ioost Wessels
Zylvest van West ter en Hilgerlie
Matheus Tiddens
Zylvest van Midde en Nieuwolda
Gerhardt Schaffer Wegens
de Edl Moogende H Heeren
Borgemeesteren ende Raedt
in Groningen
Drossaart der Beide Oldambten
Colonel Dyckgrave
en Overste Schepper
des Termunter Zyls
1725
Berent Harrems
Zylvest van de Mieden
Menso Ians
Zylvest van de Eexta
Hendrick Engelberts
Zylvest van Oudt Termunten Cumannexis
Edze Fockens
Zylvest van Groot Termunten
Focko Aytens
als Zylvest van Zuidtbroeck en Muntendam
ANNO
ÆRÆ : CHRISTIANÆ
CIƆIƆCCXXV
COSS:
Scatone Ludolpho Gockinga
Petro Berghuys
Antoni Verburgh
Bouwmeester der Stadt Groningen
En hier een mooie kaart van het werkgebied van het Termunterzijlvest.