Posts tonen met het label De Maten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Maten. Alle posts tonen

donderdag 10 april 2014

De boerderij van oom Harm in Klijndijk






Roelfien Boelen uit Onstwedde trouwde op 7 juni 1887 in Emmen met Albert van der Ploeg uit Vlagtwedde. Samen kregen ze twee zoons, Aike en Hendrik. Aike was mijn grootvader, Roelfien en Albert waren mijn overgrootouders. Het was geen lang huwelijk: Albert overleed al op 12 maart 1890, in De Maten bij Ter Apel, toen Drents,  sinds 1976 Gronings. Lang is Roelfien niet weduwe gebleven:op 8 juli 1892 trouwde ze opnieuw, met Folkert Draaijer. Roelfien en Folkert kregen samen vijf kinderen: Grietje, Dina, Derk, Hendrikje en Harm. Halfzussen en halfbroers van mijn opa, maar dat "half" heeft nooit ter zake gedaan. Ze waren gewoon ooms en tantes waar je regelmatig op bezoek ging en die je regelmatig tegenkwam als je bij opa en oma was.

Mijn overgrootouders overleden snel na elkaar in 1940 en 1941, hun jongste zoon, oom Harm, heeft het boerenbedrijf van hen voortgezet. Van oom Harm heb ik in het jaar van zijn overlijden een stapeltje kopieën van familiepapieren gekregen, waaronder de jaarcijfers van het boerenbedrijf van mijn overgrootouders over het boekjaar 1936-1937. Het gaat om een gemengd bedrijf in Klijndijk, tegen de Hondsrug aan tussen Emmen en Odoorn.





Oom Harm heeft ook over zijn eigen bedrijfsvoering papieren aan mij gegeven: de balans van zijn bedrijf per 1 mei 1942.




De inkomsten lijken gestegen, de inflatie ook, met ruim 40%. Stond een kip in 1937 voor 60 cent op de balans, in 1942 was dat een hele gulden. Kostgangers waren er ook minder: oom Harm is zelf geen kostganger meer, maar ook Dina, de zus van oom Harm, komt niet meer voor als kostganger, net zo min als Roelofje Zwiers. De enige kostganger die oom Harm en tante Annechien hadden was de knecht Albert Zwiers (een neef van opa en oom Harm). Overigens zie ik dat mijn opa Aike op 10 oktober 1941 nog een varken van oom Harm heeft gekocht voor de familieprijs van 25 gulden.

zondag 29 december 2013

Heksen in de familie

Tussen Roswinkel in Drenthe en Ter Apel in Groningen ligt De Maten. Tot 1976 was De Maten een Drents dorpje, per 1 januari 1976 werd de grens gecorrigeerd en werd het Gronings.

Tussen 1900 en 1930
Mijn familie van vaders kant komt uit die regio: globaal het gebied tussen Emmen, Odoorn, Vlagtwedde en Ter Apel is het gebied waar de familie Van der Ploeg vandaan komt (en ook dus de familie Timmer, toen er achternamen moesten worden vastgelegd gingen pa en vijf zonen naar het gezag en lieten zich allemaal "Timmer" noemen, behalve één, Roelof, die zich liet registereren als "Van der Ploeg" ...).
Geert van der Ploeg (Bourtange 1813-1866 De Maten) was een zoon van deze Roelof en Grietje Maarsing. Geert trouwde in 1840 in Vlagtwedde met  Katrina Brouwer (Vlagtwedde 1809-1881 Roswinkelermarke), zij kregen volgens de burgerlijke stand samen vier kinderen: Roelof (De Maten 1841-1919 Ter Apelkanaal) , Kenna (Ter Apel 1843-1922 Lauderzwarteveen), Grietje (Ter Apel 1846-1897 Vlagtwedde) en Aaltje (Ter Apel 1849-1930 Lauderbeetse).
Nadat pa Geert was overleden ging het niet goed met Katrina en de kinderen in De Maten. Albert Katuin, schaapherder in Odoorn, wist het één en ander te vertellen. Zo zouden de 's avonds geschilde en gewassen aardappels de volgende ochtend weer vol met zand zitten, lag er 's  morgens bloed in de keuken en was een erwt die een buurvrouw bij het huis had neergegooid de volgende ochtend in een pad veranderd.
Om dergelijke occulte zaken in het vervolg te weren zou zoon Roelof gebruik hebben gemaakt van de diensten van een Oostfriese duivelbanner. Roelof zou van hem ter bescherming een botje hebben gekregen, hij moest dat op zijn borst dragen. Overigens lieten de gebeurtenissen zich natuurlijk eenvoudig verklaren, het bloed bijvoorbeeld was gewoon varkensbloed dat door buurjongens op het plaggendak was gegooid en door de plaggen naar binnen was gespijpeld.


De Maten nu. Plaggendaken tref je er niet meer aan.

Roelof had het niet gemakkelijk. Hij trouwde in 1871 met Annechien Schoonbeek, dochter van Geert Schoonbeek en Grietje Koopman. Roelof was er al snel achter dat zijn vrouw en zijn schoonmoeder heksen waren, dat zij in staat waren mensen en dieren te beheksen en dat allerlei voorwerpen ook door hen  behekst werden. Roelof zou dat overal rondverteld hebben. Duivelbanners werden weer geraadpleegd, afwerende middelen gedragen en hij verliet zijn vrouw en zoontje Geert dat in 1874 was geboren meerdere malen. De Provinciale Drentsche en Asser Courant stond er vol mee.
Uiteindelijk werd het Annechien allemaal teveel,  ze wilde scheiden: op 7 november 1881 sprak de rechtbank in Assen de scheiding uit tussen Annechien, woonachtig op de Weerdingermarke, en Roelof.
Een fraai lied werd er ook nog overgeleverd:

“Komt vrienden luisterd naar dit lied
Wat hier in plaggenburg is geschiet,
Roelof is een knappe zoon
Hij draagt het wapen van Oost Vriesland schoon!
Oost Vriesland wisten zij allen wel ras
wat hier op Roswinkelder marke te done was
Kenna Ploeg dat dikke wigt
De heksen drukken haar de borsten digt
Maar Aaltje die had geen bezorg
die kreeg een boer al van Terborg
Ja en dat mogt zij wel doen
Maar ‘t was voor hem een zwart verzoen”.

In de familie is er ook een overlevering van dit verhaal, maar natuurlijk vanuit 'ons' standpunt. Mijn opa wist nog te vertellen dat hij altijd had begrepen dat “die van Katoen (Katuin)” niet deugden", die hadden zouden namelijk allerlei verhalen de wereld in hebben geholpen.
En de familierelatie: Geert van der Ploeg was een kleinzoon van Roelof van der Ploeg en Grietje Maarsing. Mijn opa Aike was een achterkleinzoon van deze Roelof en Grietje, dat maakt hen achterneven.

Met dank aan Groninganus die door zijn blog over hekserij in Havelte mij hier weer aan herinnerde